Yepp, vandaag een groot interview met Geert Jan Knoops en zijn vrouw, Carry Knoops-Hamburger in de Telegraaf. Op bladzijde 25, om precies te zijn.
Daarin vegen zij de vloer aan met het rapport dat deze week verscheen van het Openbaar Ministerie, vooral omdat het "Nederlands systeem onvoldoende is toegerust om falen justitie te ontrafelen." Knoops wond er geen doekjes om wat, in zijn ogen, de werkelijke waarde van het rapport is:
" Missers mógen hier niet uitlekken " en " een internationaal straftribunaal had Louwes vrijgelaten." Kortom, Louwes is weer blijgemaakt met een dode mus... Maurice ook, for that matter, maar die bijt ook doorrr, lees ik net... (kom er in een volgend log op terug) Net als alle amateur speurders die deze week zo door de stront getrokken zijn door diverse media. Want ook daar heeft Knoops een duidelijke mening over: " Zonder de twijfels van burgers over bepaalde strafzaken, zouden er aanzienlijk minder dwalingen opgelost zijn."
Download Telegraaf060617.jpg:
En hier volgt de tekst:
Advocaten Deventer moordzaak pleiten voor ’dwalingscommissie’ naar Engels model
„
ZO KAN HET NIET LANGER!”
Gerechtelijke dwalingen lijken in ons land geen incidenten meer. Een onbekend aantal gedetineerden is onterecht van z’n vrijheid beroofd en zit dag in, dag uit achter de tralies. Voor de meesten is er weinig hoop. Want het Nederlandse systeem is er onvoldoende op toegerust om justitiële missers te ontrafelen en grondig te herzien, menen de advocaten Knoops. „Het is tijd dat daarin verandering komt. Het openbaar ministerie zal zich verzetten, omdat het niet wil dat misstanden aan het licht komen. Zo kan het echter niet langer.”
door JOLANDE VAN DER GRAAF
AMSTERDAM, zaterdag 17 juni 2006
De bemoeienis van Maurice de Hond in de Deventer moordzaak is voor ons niet schadelijk. Hij is wellicht wat emotioneel, maar heeft met volle inzet en goede bedoelingen waardevolle zaken ingebracht. Maar dat het steeds vaker burgers zijn die gerechtelijke dwalingen aan het licht moeten brengen, is een zeer verontrustende ontwikkeling en tekenend voor de huidige stand van zaken in dit land.”
De Amsterdamse advocaten prof.dr. Geert-Jan Knoops, tevens hoogleraar strafrecht aan de Universiteit in Utrecht, en mr. Carry Knoops-Hamburger – de raadslieden van Ernest Louwes – schetsen na een woelige week in de Deventer moordzaak een somber beeld. De Nederlandse rechtsstaat is in hun ogen volstrekt niet toegerust om dwalingen het hoofd te bieden.
Dat in Louwes’ strafzaak onvoorstelbare blunders door het openbaar ministerie zijn begaan, staat voor beide raadslieden vast. Zij hakten al veel vaker met dit bijltje en stonden bijvoorbeeld de twee van Putten bij.
Perspectief
Vanwege hun ervaring in grote internationale strafprocessen, zoals het Joegoslavië en Rwanda Tribunaal en het Special Court for Sierra Leone, zien zij de situatie in eigen land in een breed perspectief. Geert-Jan Knoops: „Die internationale strafprocessen zijn doorgaans zeer zuiver. Van de Deventer moordzaak zou zo’n rechtbank geen spaan heel laten. Daar was Ernest Louwes zonder meer als vrij man de deur uitgewandeld.”
Als de jongste aanwinst van het kantoor Knoops en Partners – een vijf maanden oude, chocoladebruine labrador – zich aan de voeten van de raadsman heeft genesteld, vervolgt hij stellig: „Maar daar waar burgers zich inlaten met strafrechtspleging en vooral met opsporing, bestaat het gevaar dat waarborgen van verdachten in de knel komen. Daar kunnen burgers, maar ook de overheid misbruik van maken. Dat is een hellend vlak.”
„Nederlands systeem onvoldoende toegerust om falen justitie te ontrafelen”
Een sprekend voorbeeld is de zaak van twee van fraude verdachte account-managers van een bank, die werden bijgestaan door de advocaten Knoops. De bank had de officier van justitie gemeld zelf orde op zaken te stellen met een onderzoek waarbij eigen privé-detectives werden ingezet.
Geert-Jan en Carry Knoops: „Die bleken alle regels in de opsporing met voeten te hebben getreden, door bijvoorbeeld bewijsmateriaal te vernietigen. Toen de belangen van de bank waren veiliggesteld, ging het dossier naar justitie. Het openbaar ministerie verschuilde zich vervolgens achter de bank en de bank op haar beurt achter het OM. De rechtbank besloot later dat onze cliënten zelfs nooit als verdachten hadden mogen worden aangemerkt.”
Dit najaar verschijnt een boek van de hand van GeertJan Knoops, waarin justitiële fouten in binnen- en buitenland tot op het bot worden ontleed. Niet alleen ’bemoeizuchtige’ Nederlandse particulieren blijken ten strijde te trekken tegen justitie. „Ook in Amerika, Canada, Engeland en Frankrijk wordt zeventig tot tachtig procent van de dwalingen opgelost door burgers, onder wie veel studenten.”
Hoe vaak in de VS justitiële fouten met de mantel der liefde worden bedekt, bleek tijdens een project in New York waar studenten dossiers van ter dood veroordeelden tegen het licht hielden. Bijna dertig procent van de death row-gedetineerden bleek na hernieuwd dna-onderzoek onschuldig, ontsnapte aan een dodelijke injectie en hervond de vrijheid. „Dit bizarre gegeven”, vervolgt Geert-Jan Knoops, „heeft een revolutie ontketend in Amerika. De Senaat besloot om alle ter dood veroordeelden voortaan het recht op nieuw dna-onderzoek te geven.”
Inmiddels heeft Geert-Jan Knoops in Utrecht een soortgelijk onderzoeksproject voor zijn studenten opgezet. Zal dat ook in Nederland een kentering veroorzaken? De Puttense moordzaak, de Schiedamse parkmoord, de Deventer moordzaak; gerechtelijke dwalingen lijken allang geen incidenten meer.
Statement
„Ogenschijnlijk doet de overheid daar iets aan. Maar de commissie-Posthumus is hooguit een politiek statement van minister Donner. Met alle respect voor de leden: zij werken voor het college van procureurs-generaal.
Zij zijn bovendien niet in staat om aldoor complexer wordende onderzoeksvragen – neem de ingewikkelde dnamaterie – zonder specialistische bijstand te doorgronden.”
De commissie-Posthumus verricht geen nieuw onderzoek, maar houdt zich slechts bezig met een herbeoordeling van het strafdossier. De advocaten: „Volstrekt onduidelijk is trouwens wat de juridische status van hun rapportages is.
De Hoge Raad kan die zelfs rustig naast zich neerleggen. Deze commissie is echt alleen een doekje voor het bloeden.”
In Engeland is het vele malen beter geregeld, sinds de kapitale uitglijders die de Britten zelf de grootste justitiële miskramen uit hun geschiedenis noemen: the Guildford Four, the Maguire Seven en de Birmingham Six. Deze mannen en vrouwen zaten onterecht decennialang in gevangenissen op beschuldiging van het plegen van terreurmisdrijven voor de IRA. De onnodige verwoesting van hun levens door het Britse justitiële apparaat leidde tot de oprichting van de vermaarde Criminal Cases Review Commission (CCRC).
Volgende kolom
„Een soortgelijk orgaan dient er ook in ons land te komen”, vinden Geert-Jan en Carry Knoops. „De CCRC telt ruim zestig leden. Stuk voor stuk superspecialisten – dnadeskundigen, toxicologen, ballistisch experts of oudrechters, officieren van justitie en advocaten – die fulltime in dienst zijn van de commissie. De CCRC is volstrekt onafhankelijk en wordt bekostigd uit een speciaal fonds.”
Iedere gedetineerde die vindt dat hij of zij onterecht veroordeeld werd, kan een beroep op de CCRC doen. Na een vooronderzoek met zware criteria, kan de Engelse commissie een zaak heropenen en, als instituut met opsporingsbevoegdheden, zelf nieuw onderzoek verrichten. „De commissie heeft bovendien de bevoegdheid om een zaak bij nieuwe feiten voor een herzieningsproces direct door te verwijzen naar een gerechtshof.”
Daar komt justitie in eerste instantie niet aan te pas, zoals in Nederland wel het geval is. Ook dat is de advocatuur een doorn in het oog. Uit een recent artikel in NRC Handelsblad blijkt dat veel leden van de Hoge Raad, president mr. Davids inbegrepen, er zelf inmiddels ook van overtuigd zijn dat ’herzieningen niet per se bij de Hoge Raad thuishoren’. De advocaten noemen het een goede ontwikkeling dat Davids daar zo over denkt.
Onvoldoende
Carry Knoops: „De Hoge Raad heeft zich al over een cassatie gebogen, kijkt door die bril en moet dan opeens weer onderzoeksrechter worden. Dat werkt niet. Trouwens, ook de Hoge Raad kan complexe onderzoeksmaterie onvoldoende beoordelen, omdat geen forensisch deskundigen aan de Hoge Raad zijn verbonden. Het alternatief is het Engels model of een speciale herzieningskamer waarin wel tal van deskundigen zitting hebben.”
De hoogste tijd is het bovendien, zo menen zij, dat het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) gezonde, onafhankelijke concurrentie krijgt. „Het is nu wel duidelijk dat het NFI echt niet onafhankelijk van het openbaar ministerie opereert. Maar Donner wil niet dat het NFI zijn monopoliepositie kwijtraakt. Het is te gek voor woorden dat de verdediging in ons land niet bij een tweede, groot forensisch instituut terecht kan voor al haar contra-expertises, zoals in talloze andere landen wel het geval is.”
„Onze enige uitwijkmogelijkheden in Nederland zijn momenteel de Leidse professor Peter de Knijff, dan wel het particuliere onderzoeksbureau van dna-expert Richard Eikelenboom en forensisch arts Selma Eikelenboom.”
Terugblikkend op de Deventer moordzaak vragen de raadslieden zich af hoe lang het nog moet duren voordat in ons land justitiële missers niet meer door justitie zélf zullen worden onderzocht. Carry Knoops: „De grote massa slikt het voor zoete koek. On-ge-loof-lijk vond ik de reacties, toen het OM dinsdag in de Deventer zaak met voorbarige conclusies kwam. Vrijwel alles en iedereen liep er kritiekloos achteraan. Maar diezelfde dag hoorde ik op de radio wél een reportage waarin terechte kritiek werd geuit op het feit dat het onderzoek naar de inslag van een raket op een strand van Gaza wordt verricht door het Israelische ministerie van Defensie zelf. Zolang het in het buitenland gebeurt, valt het kwartje kennelijk wel!”
Charlotte - 18 Juni '06 - 14:39 (geplaatst op log Maurice)
Laatste reacties