De andere, meer voor de hand liggende, verdachte..
Samenvatting
Op de volgende pagina's treft u een uiteenzetting aan van de informatie de beschikbaar is gekomen
over de relatie van Michaël de J. met het echtpaar Wittenberg in het licht van de moord op Weduwe
Wittenberg. Deze informatie is gebaseerd op alle beschikbare officiële stukken uit het dossier en
getuigenverklaringen. Een deel is gebaseerd op eigen onderzoek van het team van vrijwilligers.
Onderzoek dat op onverklaarbare wijze niet is uitgevoerd door het onderzoeksteam, ondanks alle
sterke aanwijzingen van de betrokkenheid van Michaël de J. en zijn vriendin.
- Michaël de J. is heel jong door zijn ouders verstoten. Hij raakte bevriend met het kinderloze
echtpaar Wittenberg aan het begin van de jaren tachtig toen hij werkte bij een antiquair,
leverancier en vriend van de Wittenbergs. Er was een heel speciale band tussen Michaël en Dr.
Wittenberg. Michaël noemt zichzelf de pleegzoon van de Wittenbergs. De Wittenbergs
noemden hem naar buiten toe de klusjesman. Dr. Wittenberg had toegezegd dat Michaël in zijn testament zou opgenomen worden. De dokter overleed eind 1996 echter zonder testament. In het
testament dat de weduwe kort daarna opstelde werd wel een legaat van 50.000 belastingvrij
voor Michaël opgenomen.
- Michaël de J. behoort tot de kleine kring van intimi van de weduwe, die haar 's avonds zouden
mogen bezoeken. Hij heeft geen alibi voor het tijdstip van de moord. Zijn vriendin liegt over het
moment dat hij de dag van de moord thuis was (16.30 uur), hetgeen uit de telefoon print-outs
blijkt, waarover de politie in december 1999 de beschikking kreeg. Michaël belde namelijk om
19.19 uur nog naar huis. De moord vond volgens de politie plaats na 20.35, ruim 1 uur nadat
Michaël in dronken toestand het café had verlaten. In januari jl. verklaart de vriendin dat
Michaël in elk geval om 20 uur nog niet thuis was, toen zij het huis verliet en later die avond
naar de studentensoos kwam. Iets dat door andere getuigen wordt bevestigd.
- Uit de bloedvlekken op de blouse van de weduwe (afdruk van lemmet en van heft) blijkt dat de
moord op de weduwe met een Global mes is gepleegd. Michaël de J. is een verzamelaar van
deze exclusieve messen en een ex-vriendin verklaart dat hij altijd een dergelijk mes bij zich
draagt. Op 28 september 1999 verklaart hij op de 25e september naar zijn Global leverancier
geweest te zijn in Arnhem om een Global Magneetstrip te kopen. Die winkel verklaart echter
die dag geen magneetstrip verkocht te hebben maar wel een Global mes.
- Michaël ontkent ooit geld gekregen te hebben van de dokter of de weduwe. Een goede vriendin
van de weduwe verklaart echter dat de weduwe vaak bij haar klaagde over het gedoe met
Michaël over geld. Een goede vriend van Michaël verklaart dat Michaël zo ongeveer elke week
naar de weduwe ging en dan met 500 gulden terug kwam, die dan snel aan drank werd
opgemaakt. Ook had Michaël tegen hem gezegd dat hij de enige erfgenaam van de rijke
weduwe was.
- Michaël had 4 dagen voor de moord van de weduwe vernomen dat het testament gewijzigd was.
Of daarbij duidelijk is gemaakt dat zijn legaat is gehalveerd is niet duidelijk. De wijze waarop
de moord plaats heeft gevonden (gepassioneerd en niet vooraf gepland) lijkt te wijzen op dat er
meer aan de hand is dan alleen financiële overwegingen. Ook lijken emotionele elementen in de
relationele sfeer een rol hebben gespeeld.
- Tegelijk met het lijk van de weduwe werd in de voortuin een anoniem briefje gevonden waarin
twee inbrekers zich excuseerden voor de inbraak. Vier weken later, toen Michaël nog steeds de
enige verdachte was, kwam er een anoniem briefje bij de politie, waarin gemeld werd dat de
weduwe gigolo's ontving. Schriftkundigen verklaren dat beide briefjes door Meike, de vriendin
van Michaël geschreven zijn. De recherche heeft hier nooit gericht onderzoek naar gedaan. Hoe
kon Meike van de moord weten, voordat het lijk gevonden werd? En waarom zou ze briefjes
geschreven hebben om de aandacht van de dader af te leiden als zij niet zou denken/weten dat
Michaël de dader was?
- Hoewel Michaël bij de politie op 28 september 1999 rond 11 uur verklaarde dat hij toen voor
het eerst hoorde van de moord, verklaren twee getuigen dat hij hen al eerder dan die dag aan had
gegeven dat de weduwe dood was.
- Volgens een verklaring van de huishoudster zijn tijdens de moord een aantal dure sieraden van
de weduwe verdwenen. Ook werd een braadslee die als geheime bergplaats altijd ergens op de
zolder stond, nu aangetroffen op de grond in de bergkamer met een aantal lege sieradendoosjes
erin. Naast de sierdaden lijkt er ook een hoeveelheid geld, die ook in die braadslee werd
bewaard, kwijt te zijn. Een mapje waarin de weduwe bijhield aan wie ze geld had geleend, is
verdwenen.
De bovenstaande informatie maakt het onbegrijpelijk dat er na 18 oktober 1999 door het
onderzoeksteam van de recherche geen onderzoek meer gedaan is naar Michaël de J.. In dat licht is
het onverteerbaar dat vervolgens er alles is aan gedaan om Ernest Louwes gevangen te krijgen en te
houden. Niet alleen betreft dat het onderzoeksteam en het OM, maar ook de 2 gerechtshoven
(Arnhem en Den Bosch) en twee keer een uitspraak van de Hoge Raad. Daarbij dient gerealiseerd te
worden dat een behoorlijk deel van bovenstaande informatie al begin 2002 via een rapport van
Bureau Waisvisz in het bezit was van het OM en de Hoge Raad!
Nu volgt het uitgebreide verslag:
Inleiding
De Weduwe van psychiater Wittenberg wordt op de avond van 23 september 1999 gewurgd
en 5 keer met een mes gestoken. Ernest Louwes is voor deze moord, ook wel bekend als de
Deventer Moordzaak, tot 2 keer toe veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf. Er zijn echter
sterke aanwijzingen dat Michaël de J. bij deze moord betrokken is. In dit stuk treft u die
aanwijzingen* aan. Op 20 januari 2006 is een stuk met vele aanwijzingen tegen Michaël de J.
aan het Openbaar Ministerie gestuurd. Sindsdien is er door nieuwe getuigen en extra analyses
meer informatie beschikbaar gekomen over het mogelijke daderschap van Michaël de J. In
dit stuk treft u daar het overzicht van aan op basis van de beschikbare informatie per 10 april
2006.
Totdat Ernest Louwes 6 weken na de moord in beeld kwam als verdachte, was Michaël de J.
verdacht van de moord op de weduwe. Hij is tussen 28 september en 18 oktober drie keer verhoord,
waarbij hij zelfs tijdens het tweede verhoor op 12 oktober 1999 de cautie voorgelezen krijgt ("u
hebt het recht om te zwijgen"), en hij dus formeel als verdachte werd beschouwd.
Op basis van de informatie die de politie op 18 oktober 1999 had of had kunnen verwerven, is het
duidelijk dat het optreden van Michaël de J. rondom deze moord zeer verdacht was. Maar het
onderzoek is na die datum abrupt gestopt en nooit meer hervat. Particulieren hebben door zowel de
bestudering van alle officiële stukken als contact met getuigen informatie boven tafel gekregen
waaruit blijkt dat de kans groot is dat Michaël de J. de moord op de weduwe Wittenberg heeft
gepleegd.
Op basis van de beschikbare officiële stukken, getuigenverklaringen en nadere analyses van het
bewijsmateriaal*) volgen nu de belangrijkste bevindingen over de relatie tussen Michaël de J. en de
moord op Weduwe Wittenberg:
1. Achtergrondinformatie over Michaël de J. en de relatie met de Wittenbergs
* Die onderzoeken zijn uitgevoerd door, of onder supervisie van het Algemeen Schriftkundig Bureau Waisvisz te
Almere. Daarbij hebben diverse professionals alsmede echte vrienden van Ernest Louwes zich jarenlang belangeloos
voor de oplossing van deze moordzaak ingezet. Dit stuk is in feite een eerbetoon aan hun werk. Zij deden wat Justitie
heeft nagelaten.
Michaël de J. (1960 Arnhem) werd op jonge leeftijd door zijn ouders verstoten. Hij kwam in
Deventer terecht als hulp van een antiekhandelaar. Daar verrichtte hij allerlei klussen. In die
hoedanigheid kwam hij ook in contact met het echtpaar Wittenberg, dat een goede klant (en vriend)
van die antiekhandelaar was. Er begon een sterke band te ontstaan tussen Michaël, die geen contact
met zijn ouders meer had, en het echtpaar, dat geen kinderen had.
Eind jaren tachtig werd de antiekhandelaar gesloten. Michaël raakte zijn baan kwijt en moest leven
van een uitkering. Volgens getuigen ging het daarna snel bergafwaarts met Michaël. Hij werkte een
tijdje in de seksindustrie, dronk veel.. Ook zijn er enkele getuigen die aangeven dat hij een zeer
hoog uitgavenpatroon had, voor iemand met een lage uitkering. Hij beschikte over twee jeeps
waaraan hij veel geld besteedde om ze weer op te knappen Hij heeft geen rijbewijs, maar rijdt wel
regelmatig in die auto's. Hij maakte grote schulden die via de Deventer Kredietbank gesaneerd
werden.
Michaël is dol op wapens. Hij beschikt over een uitgebreide messenverzameling. Getuigen
verklaren dat hij altijd een mes bij zich draagt. En hij zou ook een mes onder zijn kussen hebben bij
het slapen. Iets dat hij tegenover de politie desgevraagd bevestigt. Ook houdt hij van schieten.
Bezoekt regelmatig een schietbaan in Arnhem en hij doet ook regelmatig schietoefeningen in
Deventer met een luchtpistool. Volgens een ex-vriendin had Michaël ook altijd een soort geweer
met een afgezaagde loop onder zijn matras liggen.
Michaël kleedt zich doorgaans in donkere legerachtige kleding en liep vaak met twee bouviers door
de binnenstad van Deventer. Inmiddels zijn dat Rottweilers. Tussen 1995 en 1999 werkt Michaël,
met behoud van uitkering, als beheerder in eens studentenhuis (Brink 21) te Deventer. Michaël
drinkt vaak en veel alcohol en is dan vol zelfbeklag.
De in Deventer zeer bekende psychiater Wittenberg had niet alleen een zwak voor Michaël, ook
behandelde hij hem voor zijn driftaanvallen. In december 1996 overleed de psychiater. Zijn vrouw
was naar de kerk en toen zij thuiskwam lag de hartpatiënt Wittenberg met een hoofdwond dood op
de grond. Er word aangenomen dat hij een hartaanval had gekregen en toen is gevallen. Dr.
Wittenberg had Michaël toegezegd dat hij een fors legaat zou krijgen, maar er was geen testament.
Weduwe Wittenberg maakte in 1997 wel een testament op waarin een legaat van 50.000 gulden
belastingvrij werd opgenomen voor Michaël.
De weduwe kon het verlies van haar man niet aan. Ze ging dagelijks naar het graf om met haar man
te praten en liet het huis precies in de staat zoals het was toen haar man dood ging. Ze vervreemdde
nogal van haar omgeving, maar met Michaël bleef het intensieve contact bestaan. Hij bezocht haar
zeer regelmatig. Michaël had een GSM telefoon van de weduwe gekregen om bereikbaar voor haar
te zijn. Hij stond ook als nummer 1 in haar telefoonklapper en Michaël verrichtte ook nog klusjes
voor haar.
Medio 1999 was de weduwe blijkbaar uitgekeken op degenen die in haar testament stonden en zij
veranderde haar testament. Vrijwel al haar geld (3 à 4 miljoen gulden) zou gaan naar de Wittenberg
Stichting ter nagedachtenis aan haar man. Het legaat voor Michaël verlaagde ze van 50.000 naar
25.000 gulden.
Sinds 1996 heeft Michaël een relatie met Meike, de goed opgeleide dochter van een rijke weduwe
uit Zeist..
2. De dag van de moord, het 'alibi' van Michaël
Volgens zijn eigen verklaring bezocht Michaël op 23 september 1999 een aantal cafés alwaar hij
nogal wat alcohol heeft gedronken. Hij was daar tussen 13 uur en 19.30 uur. Rond 19.30 uur ging
hij volgens eigen verklaring naar het huis van zijn vriendin Meike. De weduwe is volgens de politie
die avond kort na 20.35 uur vermoord.
Op 28 september heeft de recherche een gesprek met vriendin Meike over het alibi. Ze zegt dan dat
Michaël tussen 17 en 19 uur is thuisgekomen. Tijdens haar verhoor op 12 oktober 1999 verklaart zij
echter dat hij al om 16.30 uur bij haar thuis was, toen ze zelf thuis kwam en hij tot en met de nacht
niet meer is weggegaan.
Uit een print-out van de telefoongegevens van Michaël en de vaste thuislijn van Meike, die in
december 1999 beschikbaar komt bij de recherche, blijkt echter dat Michaël na 16.30 uur 3 keer
langer dan 5 minuten naar Meike heeft gebeld. Om 16.45, 17.10 en voor het laatst om 19.20 uur.
Deze gesprekken lijken verband te houden met het telefoongesprek dat Michaël die ochtend met de
weduwe had gevoerd. Het alibi dat Meike aan Michaël gegeven heeft blijkt dus aantoonbaar onjuist
te zijn. De recherche doet daar echter geen onderzoek meer naar.
Tegenover onze twee particuliere rechercheurs heeft Meike op 16 januari 2006 verklaard dat het
anders gegaan is. Zij verliet, volgens eigen zeggen, die avond het huis voor 20 uur. Michaël was
toen nog niet thuis. Ze ging naar een soos, die altijd donderdagavond werd gehouden, alwaar
Michaël zich later op de avond bij haar voegde. Ze geeft ook nog aan dat ze dit wel in een latere
fase wel aan de politie heeft verteld! Een aantal studenten die ook regelmatig deze soos op
donderdagavond bezoeken bevestigen dit verhaal.
Michaël de J. behoort tot de kleine kring van bekenden van de weduwe, die haar 's avonds
zouden mogen bezoeken. Hij heeft geen alibi voor het tijdstip van de moord. Zijn vriendin
liegt over het moment dat hij thuis was, dat blijkt uit de telefoon print-outs. De moord vond
volgens de politie plaats na 20.35, ruim 1 uur nadat Michaël in dronken toestand om 19.30
uur het café had verlaten. Michaël was in elk geval om 20 uur nog niet thuis.
3. Het moordwapen
De weduwe is vermoord doordat ze van achteren werd gewurgd en met een mes 5 maal 10
centimeter diep aan de linkervoorkant werd gestoken. Gezien de aard van de moord lijkt het veel op
een niet geplande moord, maar een moord uit emotie, woede.
Het volgende ligt in elk geval vast in getuigenverklaringen:
-Michaël slaapt niet alleen altijd met een mes onder zijn kussen, hij draagt altijd een mes
bij zich. Volgens zijn ex-vriendin is dat een zilverkleurig mes met een kromme punt.
-Op 28 september 1999 verklaart Michaël tegenover de politie dat hij op 25 september
naar Arnhem is geweest. Hij heeft daar, volgens eigen zeggen, zijn messenwinkel
bezocht om een magneetstrip voor zijn Global messenverzameling te kopen.
-De politie checkt dit verhaal niet. Als dat twee jaar later dat door particuliere
onderzoekers wel wordt gedaan, wordt de winkel gevonden waar Michaël klant was en
zijn Global messen kocht. Uit de administratie blijkt, dat er op 25 september 1999 geen
magneetstrips zijn verkocht, maar wel een Global mes (GSF-17).
Op de blouse van de weduwe is zowel de afdruk van een lemmet als van een heft te zien. Daarin
zijn de specifieke putjes herkenbaar van het heft van een Global mes. De weduwe is dus vermoord
met een Global mes.
De moord op de weduwe is dus met een Global mes gepleegd. Michaël de J. is een
verzamelaar van Global messen. De hypothese is dat Michaël de J. de moord heeft gepleegd
met het Global mes dat hij altijd bij zich draagt. Na de moord zou hij zich ontdaan kunnen
hebben van het mes en twee dagen later heeft hij dit ontbrekende mes vervangen bij zijn vaste
leverancier in Arnhem.
4. De plek van de moord
Michaël de J. wordt op 28 september en 12 oktober uitgebreid ondervraagd over Weduwe
Wittenberg en zijn relatie tot haar. Op de 28e zegt als hij gevraagd wordt naar het moment waarop
hij van de verandering in het testament van de weduwe had gehoord:
"Toen we voor het schilderij stonden werd tevens het "nieuwe" testament besproken."
Hiermee wordt het schilderij bedoeld van Dr. Wittenberg, dat boven de schouw hing.
Op 12 oktober 1999 komt dit moment wederom in de getuigenis naar voren. Er wordt dan weer
gevraagd over het moment van kennisname van de verandering van het testament. Dan vertelt
Michaël de J. over dat moment.
"Toen mevrouw mij dit vertelde stond ik bij haar, een halve stap achter haar. We stonden op het
kleed voor de open haard. Terwijl we daar stonden werd er ook over het schilderij gesproken."
Waarom is het blijkbaar voor Michaël zo belangrijk om zowel de exacte locatie te vertellen waar hij
dit nieuws hoorde als zijn positie ten opzichte van de weduwe (een halve stap achter de weduwe)?
Hieronder een foto van het plaats delict.
Volgens deskundigen is de weduwe van achteren af gewurgd en toen met 5 messteken in haar borst
gestoken.
Er kunnen twee redenen zijn dat Michaël
tot twee keer toe in feite de uitgangspositie
van de moord beschrijft.
1.Het is gebeurd zoals hij gezegd heeft
(maar dan sprak de weduwe dus terwijl
Michaël achter haar stond a la films en
soaps).
2.Michaël is bang dat er sporen van hem
gevonden zijn op de plek waar hij de
moord gepleegd heeft. Weet niet wat de
recherche wel of niet van hem heeft
aangetroffen. Door dit verhaal te
vertellen geeft hij als het ware een
"verklaring" van het feit als men sporen
van hem op die plek heeft gevonden.
5. Het motief
Uit de beschikbare stukken en getuigenverklaringen zijn een aantal mogelijke motieven voor de
moord door Michaël vast te stellen. Zij kunnen elk apart of in combinatie een motief gevormd
hebben voor de moord. In dit kader zijn een aantal nieuwe getuigenverklaringen van belang.
Getuige A, iemand die in de periode 1996 - 1999 in het studentenhuis Brink 21 veel met Michaël
optrok verklaart het volgende: "Michaël vertelde mij dat hij de pleegzoon was van de rijke weduwe.
Als ze dood zou gaan zou hij alles erven.". Ook verklaarde hij "Wekelijks ging Michaël bij de
weduwe op bezoek. Steeds kwam hij met zo'n 500 gulden terug, die hij dan snel in 1 a 2 dagen aan
alcohol in de kroegen opmaakte."
Getuige B, een goede vriendin van de weduwe, verklaart dat de weduwe vaak bij haar klaagde over
het feit dat ze met Michaël altijd gedoe had over geld.
Michaël verklaart tegenover de politie echter dat hij nooit geld kreeg of leende van de dokter of de
weduwe.
Getuige C verklaart dat de weduwe een map had waarin zij bijhield aan wie ze wat had geleend.
Deze map is na de moord niet teruggevonden!
Op een moment na de dood van haar man heeft de weduwe 60.000 gulden van een rekening in
Luxemburg gehaald. Na de dood is hier 20.000 van teruggevonden (waarvan 17.000 in een kluis bij
de bank).
Michaël verklaart bij de politie dat hij een schuld had van 12.000 bij de Deventer Kredietbank.
Deze schuld is cash afgelost. Er wordt door de politie niet nagegaan wanneer dat gebeurd is (voor of
na de moord) en hoe Michaël aan dat geld is gekomen.
Uit diverse (nieuwe) getuigenissen blijkt dat er inderdaad sprake was van een heel intense relatie
tussen in ieder geval de dokter (tot zijn overlijden) en Michaël. Dat blijkt o.a. uit het horloge van
5000 gulden dat Michaël van de dokter heeft gekregen en het feit dat de dokter had toegezegd dat
Michaël in zijn testament opgenomen zou worden. Een toezegging die de weduwe later gestand
doet in haar testament. Ook Michaël had een heel intense relatie met de Wittenbergs. Na het
overlijden van de dokter kwam hij maandelijks op zijn graf en had hij een grote foto van hem op
zijn bureau staan.
Uit diverse getuigenverklaringen (en het condoleance register) blijkt dat Michaël niet op de
begrafenis van de dokter is geweest. Hij zou te emotioneel zijn geweest. Tot twee keer toe verklaart
hij bij de recherche echter wel de begrafenis bezocht te hebben.
Michaël kwam bij verjaardagen van de Wittenbergs op bezoek, maar altijd een dag voor of na de
gebeurtenis zelf. Zijn vriendinnen zijn nooit bij de Wittenbergs thuis geweest. Hij stond als eerste in
de telefoonklapper van de weduwe en had een GSM van de weduwe gekregen, zodat hij altijd voor
haar bereikbaar was.
Als Michaël na de dood van de weduwe een advertentie zet met de tekst "zij was als een moeder
voor mij", is dat voor veel vrienden van de weduwe een onbegrijpelijke tekst en die maken de
politie er ook op attent. Het is duidelijk dat de intensiteit van de relatie tussen de Wittenbergs en
Michaël verborgen werd gehouden voor de omgeving. Hij was in ieder geval meer dan een "
klusjesman" zoals hij tegenover anderen werd beschreven.
De weduwe heeft 10 dagen voordat ze vermoord werd haar testament veranderd. Vrijwel haar hele
vermogen van 3 a 4 miljoen gulden werd nagelaten aan een stichting ter nagedachtenis van haar
man. Allerlei bekenden van haar, die in 1997 wel in het testament waren gezet, waren eruit gehaald.
Alleen Michaël bleef erin staan, weliswaar met een gehalveerd bedrag (25.000).
Aan haar vriendin vertelde de weduwe dat ze op de donderdagavond van de moord een gesprek zou
hebben over het feit dat al het financiële gedoe haar keel uitkwam. Michaël heeft in de paar dagen
voorafgaande aan de moord met een aantal personen gesproken over de weduwe en het veranderde
testament.
De wijze waarop de moord plaats heeft gevonden (gepassioneerd en niet vooraf gepland) lijkt erop
te wijzen dat die avond meer aan de hand was dan alleen een ruzie over geld. Ook lijken emotionele
elementen in de relationele sfeer een rol hebben gespeeld. (Getuigenverklaringen hierover zijn aan
het OM overgedragen, maar worden gezien het delicate karakter ervan niet openbaar gemaakt).
6. De anonieme briefjes
In de voortuin van het huis van de weduwe werd op de dag dat het lijk werd gevonden ook een
verfrommeld briefje gevonden. Daarin stond dat twee inbrekers zich excuseerden voor het
wegnemen van spullen. Op 21 oktober ontving het onderzoeksteam een anoniem briefje waarin
stond dat de weduwe wel eens gigolo's ontving. Klaarblijkelijk waren beide briefjes erop gericht de
recherche te doen geloven dat er ook anderen dan bekenden van de weduwe betrokken konden zijn
geweest van de moord. Het eerste briefje moet in de tuin gelegen hebben, voordat het lijk van de
weduwe was gevonden. Het tweede briefje was geschreven op het moment dat Michaël de enige
verdachte was (hij had op 12 oktober de cautie voorgelezen gekregen en was op 18 oktober weer
ondervraagd). Degene, die deze briefjes geschreven had, was hetzij de moordenaar, hetzij iemand
anders met daderkennis die er belang bij had de politie weg te leiden van de verdachte.
Michaël is dyslectisch en heeft een heel lelijk en onregelmatig handschrift.
Meike daarentegen heeft een handschrift dat veel weg heeft van het handschrift op beide briefjes.
Wij beschikken over diverse voorbeelden van haar handschrift.
Er is een uitgebreide analyse beschikbaar van de vergelijking tussen de drie handschriften.
Hieronder volgen de belangrijkste punten .
Wordt het handschrift van Meike vergeleken met de beide brieven dan valt op dat bij de eerste brief
geprobeerd is zowel qua schrijfstijl en taalfouten zo lelijk en onregelmatig mogelijk te schrijven. De
tweede brief is een zo net mogelijke variant van het normale handschrift van Meike. De
vermoedelijke verklaring is dat Meike geen kopie had gemaakt van het eerste briefje en alleen wist
dat ze het bewust lelijk had geschreven. Derhalve schreef ze de brief van 21 oktober zo mooi
mogelijk, om te maskeren dat het dezelfde schrijver was. Deze hypothese is goed te illustreren met
een stukje uit beide brieven, dat op basis van woordkeuze identiek is (hetgeen op zichzelf al
opmerkelijk is):
Uit het eerste briefje (de lelijke variant van het handschrift:
Uit het tweede briefje (de mooie variant van het handschrift):
Met in achtneming van het feit dat dus de eerste brief een lelijke en onregelmatige variant is van het
handschrift van Meike en de tweede brief een mooie variant is van haar handschrift, laat het
volgende overzicht zien dat beide brieven door dezelfde persoon zijn geschreven en die persoon is
Meike, de vriendin van Michaël!
De vergelijking laat zien dat de kans zeer groot is dat Meike de schrijfster is van beide
brieven. Via het eerste briefje bewijst ze dat ze van de moord wist voordat het lijk gevonden
was. Via het tweede briefje probeerde zij de recherche weg te leiden van de enige verdachte
van dat moment, haar vriend Michaël!
7. Tijdstip van de kennis van de moord
Bij het verhoor op 28 september 1999 geeft Michaël aan dat hij op dat moment voor het eerst hoort
dat de weduwe dood is. Staande bij het graf van de weduwe stelt hij dat ook in de eerste uitzending
van Peter R. de Vries over de Deventer Moordzaak (mei 2001).
Hij belt tijdens het begin van het verhoor op 28 september ook met Meike om te melden dat de
weduwe dood is.
Er zijn echter twee getuigen die verklaren eerder van Michaël gehoord te hebben dat de weduwe
dood was.
Kort na de vondst van de weduwe op 25 september werd via de kabelkrant in Deventer gemeld dat
een vrouw vermoord was gevonden (niet werd gezegd wie het was).
Die middag belde een ex-vriendin van Michaël hem op, hoe het met hem ging. Toen zei hij dat hij
verdrietig was omdat zijn beste vriendin, die als een moeder voor hem was, vermoord was. Op haar
vraag hoe ze was vermoord antwoordde Michaël "met een mes". Deze getuige, bij de politie op 8
oktober 1999 afgegeven, was heel stellig van de datum van dit gesprek. Ze was namelijk een dag
ervoor (een dag na de moord) naar haar advocaat geweest en had toen op de Markt in Deventer
Michaël ontmoet. Zij vond hem toen nogal verdrietig en juist daarom belde ze een dag erna om hem
te vragen hoe het inmiddels met hem ging. Hoe wist hij dat de weduwe dood was, en hoe wist hij
dat ze met een mes vermoord was?
Op maandagochtend (27 september) bezocht Michaël de advertentieafdeling van de Deventer
Courant. Hij had een rouwadvertentie bij zich. Hij vroeg de baliemedewerker of er al meer
rouwadvertenties waren afgegeven over de dood van de weduwe. Want hij wilde de advertentie
gelijk plaatsen met de rest van de familie. Toen het antwoord negatief was gaf hij de advertentie
niet af. De medewerker werkt nooit op dinsdag en is heel stellig dat dit op die maandag gebeurd
moet zijn. Ook gaf hij aan Michaël te herkennen als de man die vaak met zijn twee honden in het
centrum van Deventer liep. Omdat vanaf de daaropvolgende dinsdag bekend gemaakt werd wie de
vermoorde vrouw was, zijn de advertenties van de familie en van Michaël wel op woensdag
binnengekomen.
Ook zijn er een aantal getuigen, die aan de politie melden dat het optreden van Michaël tijdens de
begrafenis opmerkelijk was. Hij wist details van de moord die nog niet naar buiten waren gebracht
Hoewel Michaël bij de politie op 28 september 1999 rond 11 uur verklaarde dat hij toen pas
hoorde van de moord, heeft hij op minstens twee manieren op de dagen ervoor al laten zien te
weten dat zij dood was.
8. De diefstal van waardevolle spullen
Hoewel er vaak door het OM is gesteld dat er tijdens de moord niets gestolen is, blijkt dat uit
officiële verklaringen niet waar te zijn. Als de politie met de huishoudster van de weduwe door het
huis gaat geeft ze diverse punten aan, waaruit blijk dat een aantal waardevolle voorwerpen wel
gestolen zijn.
Allereerst ligt de braadpan waar de weduwe haar waardevolle spullen in bewaarde op de vloer op de
grond. De deksel ligt elders. In die pan zaten doorgaans sieraden van de weduwe, geld en ook een
boekje waarin ze bijhield wat ze aan anderen leende (zoals Michaël). Een moment na de dood van
haar man had de weduwe 60.000 gulden opgehaald vanuit een rekening in Luxemburg. Daarvan is
17.000 in een kluis teruggevonden en 3.000 in het huis.
Wat er precies uit die pan mist kan de huishoudster niet zeggen, omdat ze de actuele inhoud niet
kende. Ook zijn er een aantal persoonlijke spullen van de weduwe verdwenen. Thuis heeft Michaël
een foto van de weduwe, die gemaakt is vanuit een vergroting van haar pasfoto. Volgens eigen
zeggen heeft Michaël het paspoort van de weduwe van de politie mogen lenen om deze vergroting
te laten maken. Deze informatie is nergens teruggevonden.
Boven stelt de huishoudster vast dat een doosje leeg is waar de weduwe twee bijzondere horloges
van haar man bewaarde. Dit waren dure horloges die zij aan de dokter had gegeven ter gelegenheid
van o.a. hun 25-jarige huwelijksfeest. De waarde van deze horloges wordt opgegeven als meerdere
duizenden guldens.
Tijdens twee verhoren van Michaël door de politie wordt er gesproken over een duur horloge dat hij
blijkbaar draagt. In het eerste verhoor (28 september) zegt hij dat dure horloge van 'de dokter'
(psychiater Wittenberg) gekregen te hebben. In het laatste verhoor (18 oktober) zegt hij dat hij 5000
gulden van de dokter heeft gekregen om dat dure horloge te kopen.
In onderdeel 5 (Het Motief) is al uiteengezet dat er een kans is dat Michaël met uit het huis
meegenomen geld zijn lening bij de Detam en/of bij de bank contant heeft afgelost.
De hypothese is dat na de moord Michaël een aantal sieraden en geld heeft meegenomen. Ook
heeft hij het boekje meegenomen, waarin stond hoeveel geld hij de weduwe schuldig was en
heeft hij de twee horloges van de dokter meegenomen. Doordat hij de pan bewust in de kamer
heeft laten staan heeft hij het wellicht willen doen lijken alsof het een inbraak was geweest.
Tekst: Website Geen Onschuldigen Vast





Laatste reacties